Herba Onlineshop:
Fast delivery
Pay with Stripe (with buyers protection)
No hidden costs
Genuine Herbalife
Lowest prices guarantee
Free delivery on al orders over £ 60 
Guaranteed Fresh
24/7 contact
Free support
Money back guarantee
Vegan products
Loyalty Reward Programme
Contact Me:

Debora Brouwer

Independent Herbalife Nutrition Member
Id number: 28Y0030906
International House
64 Nile Street
London N1 7SR
info@herba-onlineshop.co.uk
0031 6 53 59 33 92

news

Tachtig jaar geleden kwamen bijna 400 Joodse mannen, slachtoffers van de eerste razzia's tijdens de Duitse bezetting, terecht in Mauthausen. Allen waren binnen een jaar gestorven: door uitputting, ziektes, honger, kogels of vergassing: een op dat moment nog onbeproefde methode van massamoord. 

De eerste razzia in Nederland tijdens de Duitse bezetting, op 22 en 23 februari 1941, is vooral bekend vanwege het protest dat erop volgde: de Februaristaking – een unicum tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van de bijna 400 opgepakte mannen weten we dat slechts twee de oorlog hebben overleefd. De overigen zijn in de kampen Buchenwald en Mauthausen vermoord, binnen een jaar na de drijfjacht in het centrum van Amsterdam.

Historicus Wally de Lang, gastconservator van het Stadsarchief Amsterdam, heeft zich uitvoerig verdiept in de achtergrond en de lotgevallen van de 389 slachtoffers. Haar inspanningen resulteerden in een digitaal namenmonument (dat vanaf woensdag te zien is), een bij Atlas Contact te verschijnen boek en een tentoonstelling in de hal van het Stadsarchief – die te bezoeken is zodra de omstandigheden dat toelaten. Haar schokkendste ontdekking: 150 mannen zijn naar alle waarschijnlijkheid bij wijze van proef vergast, een methode van massamoord die pas later op grote schaal zou worden toegepast.

In februari 1941 was de Duitse bezetting al ruim negen maanden een feit, maar van haar noodlottige gevolgen voor (met name) de Joden waren zich nog maar weinigen bewust. Een leraar klassieke talen, die in november vanwege zijn Joodse achtergrond was ontslagen, noteerde bij wijze van troost in zijn dagboek: ‘In de Middeleeuwen werden we beroofd én vermoord; dit laatste wordt nu nagelaten.’ Mogelijk vertolkte deze leraar de ijdele hoop van de mannen die op zaterdag 22 februari in de Amsterdamse ‘Jodenbuurt’ staande werden gehouden door Duitse militairen. ‘Sind Sie Jude?’, werd hun gevraagd. ‘Vrijwel niemand was op dat moment, staande tegenover gewapende en gehelmde agenten, koelbloedig genoeg om ontkennend te antwoorden of een leugen paraat te hebben’, schrijft De Lang.

En zo liepen honderden mannen niets vermoedend hun dood tegemoet; Joseph Nijkerk, die van zijn huis in de Nieuwe Kerkstraat onderweg was naar het Joodse Badhuis aan de Nieuwe Uilenburgerstraat. Loe Peereboom, die zijn jarige vriend Nico Gerritse wilde bezoeken: beiden werden opgepakt. Mozes Moffie en de broers Jacob en Machiel Wertheim die bij het steunkantoor aan de Plantage Muidergracht hun leefgeld hadden opgehaald. Isaac Samson, die zijn verhuizing onderbrak om een pakje sigaretten te kopen, en nooit meer terugkwam. Anderen werden uit hun huis, het café of theater Tip Top gesleept. Velen droegen een werktenue, dat nauwelijks beschutting bood tegen de kou: het zou die dag niet warmer worden dan 3,5 graad Celsius.

Tweehonderdtachtig mannen werden die dag opgepakt en samengedreven op het Jonas Daniël Meijerplein, bij de Portugese synagoge. De slachtoffers werden afgerost, moesten voor langere tijd op hun hielen zitten – met hun handen omhoog. Of ze moesten tot vermaak van de Duitse omstanders hüpfen – kikkeren. Een van die omstanders heeft deze ontluisterende taferelen vastgelegd op een fotorolletje dat hij later heeft laten ontwikkelen en afdrukken bij fotohandel Lux aan de Roelof Hartstraat. De ontwikkelaar had de tegenwoordigheid van geest om de 21 afdrukken voor eigen gebruik te dupliceren.

De razzia van 22 februari, daags erna gevolgd door een razzia op de markt in de Nieuwe Uilenburgerstraat waarbij 120 Joodse mannen werden opgepakt, was een reactie op ongeregeldheden die sinds december met grote regelmaat in de Joodse buurt waren uitgebroken – doorgaans na provocaties van de WA, de ‘weerafdeling’ van de NSB. Op 11 februari was daarbij de WA-man Hendrik Koot zwaar gewond geraakt (drie dagen later zou hij overlijden). Hanns Albin Rauter, de hoogste functionaris van de SS in bezet Nederland, gelastte daarop de aanhouding van 400 Joodse mannen – met de nadrukkelijke bedoeling allen om het leven te brengen.

Beeld Beeldbank WOII NIODD

Wally de Lang heeft van alle slachtoffers een beknopte biografie geschreven, om de identiteit te herstellen waarvan de nazi’s hen hadden beroofd. Van de opgepakte mannen waren 172 gehuwd, kostwinner of hoofd van een gezin. Zij lieten samen 268 kinderen achter. 51 slachtoffers waren afhankelijk geweest van ‘de steun’. Drieëntwintig vrouwen waren in verwachting toen hun man werd opgepakt. Acht kinderen werden geboren nadat hun vader was omgebracht. Een van de slachtoffers, Meier Vieijra, heeft op 31 augustus nog vanuit Mauthausen gecorrespondeerd met zijn vrouw over de naam van hun ongeboren kind. ‘Blanche, als je een zoon krijgt, noem hem dan Jacob ben Meier, is het een dochter, noem haar dan Rachel.’ Toen Blanche op 2 oktober van een dochter beviel, was de vader al twee weken dood.

De razzia-slachtoffers werden via kamp Schoorl overgebracht naar Buchenwald. David Cohen, de voorzitter van de Joodse Raad voor Amsterdam, koesterde op dat moment nog de hoop dat zij het er levend van af zouden brengen. Die hoop stoelde voornamelijk op het feit dat een hoge Duitse functionaris de gevangenen als ‘gijzelaars’ had omschreven. Daarbij gingen de gedachten van Cohen uit naar de zogenoemde Indische gijzelaars, hooggeplaatste Nederlanders (onder wie Willem Drees) die naar Buchenwald waren overgebracht als represaille voor de gevangenneming van Duitse onderdanen in toenmalig Nederlands-Indië.

Deze ‘Ehrenhäftlinge’, bewoners van de ‘gouden hoek’ in kamp Buchenwald, waren getuige van de komst van de mannen die op 22 en 23 februari in Amsterdam waren opgepakt. Die waren monter en opgewekt, maakten ‘Amsterdamse geintjes’ over hun kamptenue, en toonden zelfs medelijden met de Indische gijzelaars die al zoveel langer in Buchenwald zaten dan zijzelf. Na enkele maanden waren bij de Amsterdammers echter ‘de fut en de bravoure er helemaal uit gesard en geranseld’. ‘In zeer korte tijd zagen de mensen eruit als skeletten’, schreef Willem Drees. Op 23 maart stierf als eerste van hen de op dat moment 33-jarige Machiel Wertheim, vader van vier jonge kinderen, aan de gevolgen van een blindedarmoperatie – een gefingeerde doodsoorzaak. Uiteindelijk zouden 47 Nederlanders in Buchenwald om het leven komen.

Maar het grote sterven waarvoor de ‘februarigroep’ op last van Rauter was voorbestemd, begon in Mauthausen. In een gesprek met Karel Johannes Frederiks, de secretaris van het (Nederlandse) ministerie van Binnenlandse Zaken, had Rauter niet eens geprobeerd de indruk weg te nemen dat een verblijf in Mauthausen onontkoombaar resulteerde in een onnatuurlijke dood: ‘U zou het er geen halfjaar uithouden, ikzelf misschien anderhalf jaar.’

Beeld Beeldbank WOII NIODD

Van de 340 mannen die op 22 mei 1941 in Mauthausen werden geregistreerd, waren na een week vijf – in leeftijd variërend van 20 tot 30 jaar – al niet meer in leven. De meeste slachtoffers vielen in de steengroeve, een stenen trap van 160 (na het uitdiepen van de groeve 186) treden waarover gevangenen grote brokken steen ‘in militaire pas’ naar boven moesten dragen. In hun dossiers noteerden de Duitsers als meest voorkomende doodsoorzaken: op de vlucht neergeschoten, ‘Freitod durch Elektrizität’, ‘Absprung von einer Steinbruchwand’, ‘Ertrinkung’ of ‘Freitod durch erhängen’.

In de administratieve maskerade van de nazi’s ontbrak de meest voorkomende doodsoorzaak van gevangenen in de nazomer van 1941: vergassing. Deze vernietigingsmethode was tot op dat moment op (relatief) kleine schaal toegepast bij ‘geesteszieken’ – die als demografische ballast werden aangemerkt. Maar dit ‘euthanasieprogramma’ was stil gelegd nadat er in kerkelijke kringen onrust over was ontstaan. Onder de codenaam Aktion 14f13 (14 stond voor dood, 13 voor vergassing) kreeg het programma echter een doorstart om de moord op gevangenen van Mauthausen te bespoedigen. Van de 279 Nederlanders onder hen die op 8 augustus nog in leven waren, zijn naar alle waarschijnlijkheid 150 in geblindeerde bussen overgebracht naar kasteel Hartheim – waar achter de façade van een sanatorium met vergassingstechnieken werd geëxperimenteerd. 58 anderen zijn op een andere manier om het leven gebracht. In totaal heeft Aktion 14f13 zo’n achtduizend slachtoffers gemaakt.

De Lang kenschetst het lieflijke kasteel als ‘laboratorium voor grootschalige genocide’. De nazi’s deden er ‘praktische kennis’ op voor de opbouw van hun vernietigingsapparaat, de misleiding van slachtoffers, de administratieve maskering van de industriële massamoord, en het ‘aankweken van een genocidementaliteit onder SS’ers’.

Begin februari was niemand van de ‘februarigroep’ nog in leven. De precieze toedracht van hun dood is, vaak tot aan de huidige dag, onbekend. Maar al kort na de razzia’s van februari 1941 werd Mauthausen verbasterd tot ‘Moordhuizen’. Een plek waarvan alleen de naam al zo vreesaanjagend was dat de nazi’s de Joodse Nederlanders ermee ‘in verbijstering, angst en wilsverlamming’ gevangen konden houden.

Verbetering:
In een eerdere versie van dit stuk werd gesteld dat 208 mannen door vergassing om het leven zijn gebracht. Dat is te stellig. Tot deze groep slachtoffers behoren ook de mannen (vermoedelijk 58) die zijn geëxecuteerd.